TM  |  October 2007

Matriarchaat in eigentijdse dans We zagen dit jaar al de samenwerking ran de Franse Jerome Bêl en de Thaise Pichet Klunchun en van de Franse Sylvie Guillem met de Engels-Bengaalse Akram Khan. De komende maanden presenteert zich een nieuw internationaal duo: de Nederlandse choreograaf Gerard Mosterd en de Indonesische choreograaf Boi Sakti. Zij gaan op tournee met PARADISE A WOMAN; een onderzoek naar de tradities van de Minangkabau cultuur – Door Leonie Kuipers

‘De meeste mensen denken bij Indonesië meteen aan de cliché van wajang en Balinese dans.  Maar er zijn ook ontwikkelingen die wij in het Westen als hedendaagse dans zouden bestempelen’

Choreograaf Gerard Mosterd studeerde af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, maar hij had niet genoeg aan het curriculum van de klassieke dans.  Een jaar na zijn afstuderen werd hij door het Taiwanese consulaat uitgenodigd naar Taiwan, waar hij gefascineerd raakte door Aziatische bewegingsstijlen.  Niet verwonderlijk als je weet dat Mosterd een Indische familiegeschiedenis heeft.  De jaren daarna maakt hij gretig gebruik van zijn verkregen inspiratiebron en combineerde hij in zijn choreografieën hedendaagse dans met invloeden uit de Zuidoost-Aziatische dans.

Choreograaf Boi Sakti komt uit West-Sumatra en is behalve choreograaf ook artistiek leider van de GUMARANG SAKTI DANCE COMPANY.  Dit gezelschap werd opgericht door zijn moeder, de inmiddels overleden Gusmiati Suid.  Dans werd Sakti met de paplepel ingegoten en al op 21-jarige leeftijd kreeg hij een choreografieprijs.  Enkele jaren later won hij de Amerikaanse Bessie Award.

ONDERLICHAAM

Beide choreografen maken een intrigerende combinatie van hedendaagse dans met Aziatische invloeden.  De twee hebben elkaar veel te bieden, merkt Mosterd:  ‘Sakti is beïnvloed door de vechtsport.  Deze sierlijke krachtuitingen laten een gecontroleerde introversie zien.  Hoewel je bij hem met zijn matriarchale achtergrond meer vloeinde beweging zou veronderstellen, denk ik dat ik daar meer toe neig.  Sakti’s bewegingen zijn vooral afkomstig uit het onderlichaam.  Het middenrif wordt meestal statisch gehouden, wat bij mij zelden het geval is.  Ook zijn in zijn stijl invloeden te zien van de Duitse Audruckstanz.  Zijn moeder bracht hem in contact met Suanne Linke en Joachim Schloemer.

Ik zie Boi als de meest eigenzinnige contemporaine Indonesische theatermaker.  Het bijzondere is dat zijn werk gebaseerd is op pencak silat en op de tradities van de Minangkabau.  Daaraan ligt een andere theater en bewegingsopvatting ten grondslag dan onze westerse.  De inspiratie is alam, wat natuur betekent.  Wat me buitengewoon boeit is de wijze waarop hij matriarchale thema’s in een eigentijds en dynamische ogende vorm behandelt.’

MOEDER

Met de tradities van de Minangkabau doelt Mosterd op de gebooteplaats van Sakti in West-Sumatra.  Deze cultuur is van oorsprong matriarchal.  Het meeste bezit, zoals het land, de huizen en tevens de familienaam, was in het bezit van de vrouw.  In deze samenlevingsvorm staat de moeder centraal.

Door de introductie van de Islam is het matriarchaat de laatste jaren minder dominant dan voorheen.  Toch zijn er in Indonesië nog altijd elementen van te herkennen.  In hun choreografie onderzoeken Mosterd en Sakti de matriarchale versus de patriarchale wereld.

Mosterd: ‘Ik zie het patriarchale voornamelijk als een verticaal gegeven; hiermee bedoel ik de weg omhoog, weg van de aarde, zoals flats die de lucht in worden gebouwd.  Ook ballet en moderne dans zijn “verticaal”; ze zijn recht, wetenschappelijk, gestructureed en wegspringend van de aarde of gericht naar de hemel.  Het platteland daarentegen kan worden opgevat als een horizontaal gegeven.  Hierbij is het contact met de aarde intenser.  Je ziet dit terug in Boi’s bewegingsmateriaal.  Pencak Silat is dicht bij de grond en gericht op de aarde, op de natuur.

Voor PARADISE A WOMAN? Heb ik vooral de verticale scènes gemaakt.  Zij staan naast de horizontale, op de minang-mythe gebaseerde scènes van Boi.  We hebben het thema ieder op onze eigen manier uitgewerkt.  Boi baseert zich op de interpretatie van een oude minangkabau-mythe over een krachtige koningin-moeder.  Daarbij stelt hij zich vragen als: wie en waar is onze moeder? En waar is het paradijs onder haar voeten? Hij put zijn inspiratie vooral uit zijn verleden in die horizontale gemeenschap.  Ik maak daarentegen een reisje van de oude horizontale wereld naar de nieuwe digitale wereld, waarvan ik me afvraag of dat een paradijs kan zijn.  De informatiecultuur, gebaseerd op computers, verbindt mensen globaal zoals we wellicht in het oude, prehistorische matriarchaat, op iets andere wijze, ook met elka ar verbonden waren.

WRIJVING

De choreografen werken ieder op hun eigen manier. ‘Met twintig jaar choreografie-ervaring weet Boi razendsnel groepsscènes te maken. Ik werk meer vanuit een idee waaruit de scène ontstaat; de beweging, het licht et cetera.  Meestal werk ik met een vast team en bespreek ik veel van tevoren.  Uiteindelijk overkomt het me in de studio dat ik intuïef met indeeë in het achterhoofd tot scènes kom.  Boi daarentegen communiceert gedurende het maakproces relatief weinig met zijn teamgenoten, enkel met zijn daners.’

Soms levert dat wrijving op.  ‘Ik blijf het maken van choreografieën in Indonesië moelijk vinden vanwege de verschillen in cultuur en mentaliteit.  Daarmee doel ik niet op de werkwijze van Boi, maar meer op algemene verschillen.  Om te beginen zit men in Indonesië vaak vast aan traditie.  De meeste mensen denken bij Indonesië meteen aan de clichés van wajang en Balinese dans.  Maar er zijn ook ontwikkelingen die wij in het Westen als hedendaagse dans zouden bestempelen.  Het begrip “eigentijdse dans” betekent in Nederland iets anders dan in Indonesië.  Daarbij komt dat er geen podiumkunstenstructuur is, zoals bij ons, gefinancierd door de overheid.  Een project als dit vereist veel organisatie en pionierswerk in een land waar theatermanagement praktisch onderontwikkeld is.  Problemen als inefficiëntie en tijdverkwisting plus gebrekkige technische omstandigheden maken het er allemaal niet beter op.  Eigenlijk moet je hier stalen zenuwen hebben.’

Volgens Mosterd is Indonesië een interessant maar chaotisch, arm en onderontwikkeld land. ‘Indonesiërs leven op de rand van een vulkaan.  Het leven is er chaotisch, vooral in en om de grote stad.  In Nederland bestaan geen steden van deze omvang.  Ja gedraagt je dan ook anders in Indonesië.  En een rondje om je huis lopen is overdag door de warmte al een uitputtingsslag.’

Maar over de vraag of al die energie dan wel loont, hoeft Mosterd niet na lang te denken: ‘Absoluut! Dit is een leerzaam publiek en er valt oneindig veel interessants te ontdekken.  Je moet niet vergeten dat Indonesiërs al een verfijnde performing-arts cultuur hadden toen wij nog berenvellen droegen.’

PARADISE A WOMAN?
Choreografie Gerard Mosterd en Boi Sakti;  muziek Dony Irawan en Paul Goodman;  dans Davit, Mislam, Eka Oktaviana, Verawaty, Amaranta Velarde Gonzalez, Leonor Carneiro, Masako Ono; dramaturgie Jacqueline Algra;  choreografie-assistentie Karolien de Pauw

1T/M 29 SEPTEMBER, TOURNEE DOOR INDONESIË,  THAILAND, MALEISIË EN SINGAPORE.
5 OKTOBER T/M 5 DECEMBER, NEDERLANDSE TOURNEE (PREMIÈRE 10 OKTOBER, DE LIEVE VROUW AMERSFOORT).
8-9 DECEMBER, TANZHAUS NRW DÜSSELDORF (DUITSLAND)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *