Dans Magazine  |  April 2009

Vier Hollandse meiden repeteren voor Ibu Bhumi

Ibu Bhumi (Moeder Aarde) heet de nieuwe voorstelling van choreografen Gerard Mosterd en Benny Krisnawardi.  Het is een dansstuk over de kracht van het vrouwelijke in onze door mannen gedomineerde maatschappij. De makers vermengen hedendaagse dans met bewegingskunst van Minangkabau, een Indonesisch volk dat van oudsherm atriarchaal is georganiseerd. ‘Zij hebben begrepen, wat wij allang vergeten zijn.’

Ruth Naber

‘In oude tijden regeerden vrouwen de wereld’, weet choreograaf Gerard Mosterd. ‘Maar de matriarchaten, beschavingen gereguleerd door vrouwen, gingen ten onder toen mannen het heft in handen begonnen te nemen. Waarden als verbondenheid tussen mens en natuur maakten plaats voor het verwerven van kennis en macht. De Minangkabau vormen een van de weinige overgebleven matriarchaten. Vanaf de zestiende eeuw heeft dit volk de Islam omarmd, maar toch heeft het matriarchale kunnen overleven. Bezit wordt bijvoorbeeld via de vrouwelijke lijn overgedragen.’

Benny Krisnawardi is een telg van dit volk. Hij neemt kennis van de Minang Silek mee naar Nederland. Dit zijn oude gevechtsdansen. In een nuchter kantoorpand in Amersfoort oefenen ze: de twee choreografen, drie Indonesische dansers en vier jonge, Nederlandse meiden. Scholieren nog. Zij hebben geauditeerd voor Ibu Bhumi.

K A T A C H T I G E   D A N S

‘In een beschaving zoals die van de Minangkabau is verbondenheid heel belangrijk’, vertelt Mosterd. ‘Verbondenheid met elkaar, met de natuur en met je eigen lichaam. Dat zie je duidelijk terug in de oude Silek-dansen. De bewegingen zijn horizontaal gericht en worden laag bij de grond gedanst. De energie komt uit de grond, de aarde die ons allen verbindt. Dat is heel anders dan bij ballet, waarbij je juist probeert van de grond los te komen. Daar wordt de illusie van gewichtsloosheid nagestreefd. ‘Terwijl Mosterd vertelt, is Indonesische danseres Maria in de andere ruimte aan het improviseren. Ze voert draaiende, golvende bewegingen uit met haar armen, haar heupen, haar bovenlijf. Variërend in ritme, in hoogte, alles vloeit in elkaar over. Het lijkt een beetje katachtig. ‘Silat-dansen zijn animistisch, gebaseerd op de bewegingen van dieren. Het zijn niet zozeer gevechts-, als wel verdedigingsdansen. De essentie ervan is dat je anticipeert op de bewegingen van de ander. Je reageert dus vanuit je inlevingsvermogen.’

B E V R I J D I N G

Maria Aprianti voert draaiende, katachtige bewegingen uit

De Indonesische cultuur is Mosterd niet vreemd. Zijn moeder komt uit dat land. Zijn vader is Nederlands. Mosterd groeide op in Amersfoort. ‘Een paar straten verderop is mijn geboortegrond’, wijst hij. Hij studeerde negen jaar dans aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarna reisde hij stad en land af en danste bij grote gezelschappen als het London Festival Ballet en het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Hij was er niet onverdeeld gelukkig mee. ‘Ballet zou je kunnen zien als het paradepaardje van het patriarchaal denken. Het is een bewegingstechniek: zuiver, mathematisch en in essentie tegennatuurlijk.’ Na elf jaar keerde hij terug naar Nederland, om als freelance theatermaker verder te werken. Regelmatig reist hij nu ook naar Indonesië, waar hij choreografeert en lesgeeft. ‘Het uitvoeren van Silek-dansen voelde voor mij als een bevrijding.’ vertelt Mosterd. ‘Eigenlijk heb ik die twintig jaar academische dans nodig gehad, om te herontdekken hoe ik oorspronkelijk bewoog. Als kind improviseerde ik veel. Om dat te kunnen, moet je ‘lekker in je lijf ‘ zitten. Vanuit intuïtie, je eigen individuele geest kunnen bewegen. In Silek, en ook in hedendaagse dans, is dit belangrijk.
Deze dansvormen zijn realistisch van opzet. Je gaat van je eigen natuur uit om een esthetische expressie te bereiken.’

F E M A L E   P O W E R

Ibu Bhumi wordt een interdisciplinaire voorstelling. Een oud vruchtbaarheidsritueel is er te zien, maar ook stukjes video over de Minangkabau en een ‘patriarchale’ monoloog over de geschiedenis, het heden en de toekomst van het matriarchaat. Scholieren Petra, Desirée en Iris hebben hun lange benen in Randaibroeken gestoken. Zwarte wikkelbroeken, deel uitmakend van het traditionele Minangkabau kostuum. Ze oefenen een variatie waarin ze ritmisch lopen, klappen en op hun broek slaan. Dit is een oud ritueel dat in een voorstelling vaak tussen de sc¯nes wordt uitgevoerd. ‘Het eind moet krachtig’, zegt choreograaf Benny.  ‘Kijk zo’. Hij neemt een grote stap en slaat tussen zijn benen. ‘Tá!’ roept hij. ‘De meisjes oefenen het laatste gedeelte. ‘Tá’, zeggen ze, eerst nog niet overtuigd en een beetje giechelig. Maar na een tijd oefenen slaan ze ferm op hun broek. ‘Tá!’ Een onvervalst staaltje female power.

‘Juist ook voor scholieren, de nieuwe generatie, is kennis van matriarchaten belangrijk.’ vindt Mosterd. ‘De Minangkabau hebben begrepen wat wij allang vergeten zijn: ontvankelijkheid voor de ander. Toch zullen deze oude matriarchaten op den duur verdwijnen. Er komt wereldwijd een nieuw matriarchaat, gestoeld op moderne verworvenheden. Neem internet. Dat is op een typisch vrouwelijke, non-hiërarchische manier georganiseerd. Door deze technologie is kennis voor iedereen beschikbaar, niet alleen meer voor een overwegend mannelijke elite.’

Ibu Bhumi wordt tot en met 21 mei in diverse theaters gedanst.
Zie 
www.gerardmosterd.org en www.kantorpos.nl.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *