Archipel  |  Spring 2009

Emile Schra
Foto’s David Hartono, Kantor Pos

Mosterd studeerde in 1985 af aan de balletacademie van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en danste elf jaar lang bij verschillende gezelschappen.  Mosterds activiteiten binnen de Europese podiumkunsten zijn al enige tijd terug overgegaan in een gedreven betrokkenheid bij het crossculturele circuit.

Ondertussen is hij verantwoordelijk voor een serie grensverleggende producties die zowel in Azië als Nederland te zien waren.  Zijn laatste Nederlands-Indonesisch interdisciplinair theaterproject Paradise a Woman toerde in 2007 langs veertig Nederlandse theaters als onderdeel van een Aziatisch-Europese tournee.   En vorig jaar waren enkele van zijn voorstellingen op Nederlandse festivals te zien, zoals een remake van het uit 1999 daterende Ketuk Tilu op de 50e Haagse Pasar Malam Besar.  In 1999 bracht hij voor het eerst moderne dans met Ind(ones)ische elementen naar dit festival en hij was er jarenlang vaste gast.

Gerard Mosterd was de afgelopen tien jaar vooral actief in het buitenland, vooral Indonesië.  Zelf noemt hij zijn werk in dit verband ‘culturele ontwikkelingshulp’.  Een belangrijke drijfveer daarbij is de drang om de culturele dialoog tussen Nederland en Indonesië levend te houden.  Met zijn pas opgezette theaterkern Kantor Pos,  een intercultureel uitwisselingsplatform, opereert hij sinds begin 2008 vanuit de stad Amersfoort.  Kantor Pos werkt inmiddels nauw samen met een markante broederorganisatie in Indonesië: Eksotika Karmawibhangga Indonesia in Jakarta.  Mosterd beschouwt het als een officiële erkenning voor zijn jarenlange pionierswerk in Indonesië.  De opzet van Kantor Pos is om in de toekomst niet uitsluitend met Indonesische theatermakers,  maar ook met kunstenaars uit andere Aziatische gebieden samen te werken.

Voor Ibu Bhumi heeft Gerard Mosterd ervoor gekozen om met ‘meester’ silat-performer en choreograaf Benny Krisnawardi samen te werken, een podiumkunstenaar van aanzien binnen de Indonesische dansscene.  Krisnawardi is een exponent van de West-Sumatraanse Minangkabau, een volk uit de hooglanden van Padang en befaamd om zijn matrilineaire adat.  Dit laatste vormt een belangrijk element in de nieuwe productie Ibu Bhumi.  Gerard Mosterd: “De Minangkabau leren ons over een oude samenlevingsvorm waarbij alles met elkaar verbonden is.  Het vrouwelijke principe van moeder en kind, mens en natuur, het animistische ontzag voor alles wat de natuur -en daarmee ons lichaam- ons te bieden heeft.  De aarde verbind onze afzonderlijke lichamen met elkaar via onze voeten.  We staan op dezelfde horizontale lijn.  De minang silek, misschien wel de oudste vorm van pentjak silat, verbindt ons lichaam met krachten van planten, dieren en mineralen.

Geheel in de geest van het matriarchale idee wil ik in deze voorstelling uiteenlopende werelden, van zowel amateur als professionele performers, diverse podiumkunstdisciplines en verschillende generaties aan elkaar koppelen in een soort weefwerk.  Ons lichaam komt voort uit de natuur, het is er deel van.  De Minangkabau met hun oude wijsheid hebben dat goed begrepen.  Minang silek, de pre-islamitische fysieke krijgskunst, laat onomwonden zien hoe één het menselijk lichaam is met de natuur.  Soms gaat de silek danser in trance zodanig op in de natuurkrachten, dat hij vergeet wie hij is (zoals in de magische silek-vorm ulu ambek).  Hij buigt diep naar de grond en koestert moeder aarde.  De rituele verering van de scheppende en vernietigende natuur maakt onderdeel uit van de minang adat.  Het is het besef, zoals je dat terugvindt in de oeroude astrologie, dat alles aan elkaar verwant is.”

VROUWEN-EMANCIPATIE

‘De aarde wordt belichaamd door de moeder, de vrouw.  Woman is the nigger of the World zong John Lennon ooit. Ik hoef in feite weinig toe te voegen aan wat iedereen al weet over hoe het met de positie van de vrouw wereldwijd in het (patriarchale) heden en daarmee de geschreven geschiedenis gesteld is.  In Nederland denken we vandaag dat vrouwen in vergelijking met andere landen hun maatschappelijke status al aardig gelijk hebben getrokken met die van de mannen.  Dit is gedeeltelijk juist.  De Minangkabau laten ons zien dat vrouwen al heel lang gerespecteerde managers zijn.  De doorgaans opmerkelijk geëmancipeerde positie van vrouwen in de Maleise archipel is wijd verbreid en zeer beïnvloed door de Minangkabau vanwege het merantau-gebruik.  Dat schrijft jonge mannen voor om een tijdlang ver van hun geboortegrond te leven en de daar vergaarde geestelijke en materiële winst mee terug te brengen naar hun moederland.’

‘ik hoop dat de voorstelling
Toeschouwers stimuleert om de wereld
Waarin ze leven ook eens vanuit een
Ander perspectief te zien’

‘Vanaf de zestiende eeuw verdwijnt de agrarische ruilhandelgemeenschap van de Minangkabau als de patriarchale islam het matriarchaat in etappes overneemt.  Als de fundamentalistische Padri-beweging aan het begin van de negentiende eeuw  ook nog eens de koninklijke Minang familie uitmoordt, zet het verval van het matriarchaat verder in.  Vandaag bevindt de oude Minang -adat zich in de schemerzone en is door de islam en de Westerse geldeconomie verder dan ooit verwijderd van de matrilineare basis waarin delen en verbinden prevaleerde.  Zal deze unieke cultuur over vijftig jaar compleet verdwenen zijn?  Dertig jaar onder de Javaanse alleenheerser Suharto hebben het internationale culturele imago van Indonesië bepaald in het voordeel van de Javaanse en Balinese kunsten.  Pas na de val van president Suharto in 1998 lijken de net zo fascinerende andere Maleise kunstvormen uit hun schulp te kruipen en zoeken de publieke belangstelling.  Dankzij de bezielende kennis en initiatieven van wijlen Hurryah Adam en Gusmiati Suid zijn de podiumkunsten van de Minangkabau overgeleverd naar de 21 eeuw.’

TRAININGEN EN IMPROVISATIES

Voor de voorbereidingen op Ibu Bhumi selecteerde Gerard Mosterd in Jakarta samen met Benny Krisnawardi enkele dansers voor het project.  Via trainingen en improvisaties werd een eerste basis voor de voorstelling gelegd.  De video-kunstenaar Christian Chierego was ondertussen in Sumatra waar hij filmbeelden maakte die in de voorstelling te zien zullen zijn.  In Nederland word verder gewerkt en zullen – zoals eerder vermeld – ook enkele enthousiaste scholieren in het proces betrokken worden.  Want Ibu Bhumi heeft een duidelijk educatief doel: het wil bij Nederlandse jongeren op prikkelende wijze de ogen openen voor een leefwereld en denkwijze die niet de hunne is.

Je zei dat jouw wereld wordt beheerst door vrouwen.  Leg eens uit. ‘Mijn op Sumatra geboren moeder zag mij geregeld dansen in de achtertuin, waar ik kinderen uitnodigde.  Ik improviseerde korte optredens met trage bezwerende bewegingen in een hoek bij de brandnetels.  Van Silat had ik nog nooit gehoord.  Moet een idioot gezicht geweest zijn! Maar het bracht haar ertoe me naar de balletschool in Amersfoort te sturen.  Binnen het jaar zat ik op de Ballet Academie in Den haag.  Tijdens mijn dansvakopleiding was ik jarenlang de enige jongen in de klas.  Jongens waren indertijd zeldzaam in de danswereld.’

GEEN SUBSIDIE

Je bent nu geruime tijd actief als danser, choreograaf en theatermaker.  Wat zie je als je de balans opmaakt? ‘Ik vertelde je al over Kantor Pos en het ideaal om met een klein productieteam vanuit Amersfoort regelmatig nieuwe projecten uit te brengen.  Ik ben de veertig gepasseerd.  Misschien zit ik wel in een midlife crisis … Ik merk dat mijn jeugd niet eeuwig is.  Ik begin er afstand van te nemen en inderdaad de balans op te maken.  En dan worden de Grote Vragen gesteld.  Wat heb ik bijgedragen aan de gemeenschap? Wat is de zin van mijn bestaan? In hoeverre ben ik tevreden over wat ik heb gedaan? Ik vind dat ik mooie dingen heb gemaakt maar alles is relatief.  Ik heb er in elk geval niets tastbaars aan overgehouden zoals een financiële basis die me de garantie geeft dat ik na Ibu Bhumi weer aan een nieuwe productie kan beginnen.  Maar ik heb er wel weer veel zin in.  Elke productie geeft me nieuwe ideeën, inspiratie tot het verkennen van een nog onbekende horizon.

Een verlangen naar subsidie? ‘In Indonesië heb ik ontdekt dat weinig geld in de kunsten heel stimulerend kan werken.  Het land heeft zoveel ernstige problemen en er is zoveel imperfect,  dat wanneer kunstenaars zich laten horen, ze meestal wèrkelijk iets te zeggen hebben.  Om een theater-project uit de grond te trekken, is razend moeilijk.  Geen subsidies, dus moet je op zoek naar commerciële sponsors.  Ik heb het steeds als een uitdaging gezien om in dit gesloten circuit van commercie en kunstwereld te penetreren.

Een eerste aanzet kreeg ik in 2000 toen ik met mijn gast vrouw op een regeringsfeestje belandde.  Zij kwam daar de minister van oliezaken met zijn vrouw tegen.  Die laatste was gek op dans en had een interview met mij gelezen.  Ze bracht me in contact met een aantal choreografen dat zij kende, zoals Sardono, een van de godfathers van de moderne dans in Indonesië, en met Bagong Kussudjardja, eens de mannelijke Martha Graham van Indonesië.  Door een gelukkige samenloop van omstandigheden ben ik in dat circuit terechtgekomen.  Misschien had ik het voordeel dat ik Indo ben.’

Première Ibu Bhumi: 18 april in het Tropentheater
Amsterdam:  
www.tropentheater.nl  Zie voor touneelijst
ook:  
www.kantorpos.nl of www.gerardmosterd.org

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *