Elmer Schra, 14 jaar (De Werkplaats, Bilthoven)  |  20 April 2009

Op 18 april 2009 ben ik naar de première geweest van de theaterproductie Ibu Bhumi in Amsterdam. Ik vond de voorstelling heel bijzonder. Behalve Indonesische dansers speelden er ook drie Nederlandse meisjes -middelbare scholieren- in mee. Je zag duidelijk het verschil tussen de middelbare scholieren en de dansers van de Minangkabau. De eersten speelden erg goed mee in verschillende scènes van de voorstelling. De laatsten, de Indonesiërs, waren zwaar getrainde dansers die ook nog eens waren geschoold in de zelfverdedingskunst Pentjak Silat.

Wat ik zelf heel bijzonder vond was dat de Silat-dansers (afgeleid van Pentjak Silat, de zelfverdedigingskunst) hele mooie langzame bewegingen konden maken, maar ook hele snelle! Die snelle bewegingen gingen soms zo snel dat het er bijna uitzag alsof de dansers een erge vorm van ADHD hadden. Je zag duidelijk de vechtbewegingen en houdingen van Pentjak Silat en dat maakte grote indruk.

Bovendien werd in de voorstelling ook heel mooi gebruik gemaakt van licht en filmprojecties. Dankzij een enorm projectiescherm op de achtergrond kon je goed zien welke scènes zich afspeelden in Sumatra (Indonesisch eiland waar de buitenlandse dansers wonen) en wat er hier in Europa afspeelde. Ook interview-fragmenten met de dansers, zowel de Nederlandse als de Indonesische, werden geprojecteerd op het grote scherm op de achtergrond. Daarin vertelden de dansers wat ze vonden van de natuur. Het viel me op dat de Nederlandse meisjes allemaal hetzelfde vonden. ‘Ik vind de natuur heel mooi, en dat wil ik ook graag zo houden’. Terwijl de Pentjak dansers allemaal een andere mening hadden.

Zoals ik hiervoor al zei, werd er op een heel aparte manier gebruik gemaakt van projecties op het grote scherm. Door de projecties werd duidelijker welke cultuur op een bepaald moment een rol in de voorstelling speelde en wat de dansers aan het uitbeelden waren. Het enige nadeel was dat je soms niet goed wist waar je naar toe moest kijken: naar de dansers of het beeldscherm. En als je dat wel wist, werd je toch weer vrij snel afgeleid.

Een scène vond ik wel heel speciaal. Er werden door de middelbare scholieren allemaal echte diepe borden op de vloer gelegd. Daarna begonnen de Pentjak dansers daar één voor één overheen te dansen, zonder te vallen of een bord te breken en met heel langzame bewegingen. Volgens mij ging het in deze scène erover dat wij (Europa) de wereld vervuilen en allerlei andere foute dingen doen, waardoor mensen ergens anders op de wereld (zoals in Indonesië) een leeg etensbord overhouden.

Ook de scène met de drie naast elkaar staande Silat-dansers met alledrie een stropdas om, vond ik heel mooi. Die scène was weer een goed voorbeeld van wat ik eerder zei over langzame bewegingen tegenover (een soort van) ADHD-bewegingen. Bij de dans over de borden waren de bewegingen heel traag; dat stelde volgens mij de cultuur van de Minangkabau voor. Bij de stropdasscène werden heel drukke bewegingen gemaakt, heel veel telefoneren en met een directeur die mensen steeds zei wat ze moesten doen. Dat sloeg waarschijnlijk op onze eigen cultuur hier in het Westen.

Al met al een voorstelling die ik nog nooit eerder had gezien en die me ervan bewust maakte dat mensen erg verschillend kunnen leven en denken. Een voorstelling die ging over twee verschillende culturen: die van ‘ons’ in Europa en die van ‘hen’ in Indonesië. Eerlijk gezegd vond ik dat wij er in deze voorstelling niet zo goed vanaf kwamen en erg bezig waren met industrie en daardoor met milieuvervuiling. De Indonesiërs waren in elk geval óók bezig met de natuur: bomen, bergen, bossen, jungle, planten. Misschien kunnen we van al die verschillen wel iets leren. Ibu Bhumi zet je in elk geval wel aan het denken.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *